Resultaat na restauratie

Doopsgezinde kerk

Start voorbereiding: 1997
Start uitvoering: 2001
Oplevering: 2002

Opdrachtgever: Doopsgezinde gemeente Den Haag

De verborgen kerken

De Doopsgezinde kerk van Den Haag is een bijzonder gebouw. Doopsgezinde kerken of ‘vermaningen’ stonden altijd wat verscholen in een dorp of een stad. Dat kwam omdat na de reformatie alleen de ‘gereformeerde’ (hervormde) kerk de officiële godsdienst was en andersdenkenden – katholiek of protestant – hun religie niet openlijk mochten uitoefenen. Later werd hen dat wel oogluikend toegestaan, als hun kerken maar niet al te zichtbaar waren.

In 1798 werd het verbod opgeheven en kregen ook de andersdenkenden de mogelijkheid hun kerken te bouwen. Bij de katholieken uitte zich dat in vele grote kerken in neogotische stijl, als navolgingen van wat men beschouwde als de hoogtepunten van de rooms-katholieke kerkbouw: de gotische kerken en kathedralen uit de middeleeuwen. De doopsgezinden of mennonieten deden het anders. Over het algemeen waren zij sobere en hardwerkende mensen, die nooit veel op de voorgrond traden.

De bouw van de kerk

De Haagse Doopsgezinde kerk is gebouwd in 1885-1886 en is ontworpen door architect K. Stoffels. Het is een voorbeeld van neoromaans, een historiserende stijl die vrij zeldzaam is. Het is een éénbeukige kerk met rondboogvensters. De voorgevel is rijk gedecoreerd: men wilde zich onderscheiden. Het ingangsportaal met de dubbele deuren is voorzien van zuiltjes met kapitelen. Daarboven een roosvenster. De geveltop is afgewerkt met boogfriezen, pinakels en een kruisbloem.

Via de hoofdentree kwam men onder de orgelgalerij de kerk binnen. De preekstoel stond aan de tegenovergelegen westzijde. Het was een donker interieur met hoge lambriseringen langs de wanden, donker meubilair en een houten betimmerd gewelf. Er was plaats voor zo’n 500 personen.

Modernisering

In 1964 maakte Sjoerd Schamhart een ontwerp voor een geheel nieuwe indeling. Dat betekende de sloop van het hele interieur. Men had genoeg van de donkere kleuren, de harde banken en de klapstoelen. Men koos voor banken met kussens. Om voldoende zitplaatsen over te houden werd aan de westkant een groot balkon ingebouwd. De preekstoel werd verplaatst naar de oostwand, waar de galerij met het orgel verdween. Consequentie was, dat aan die zijde ook geen plaats meer was voor de ingang: de ingang werd dichtgemetseld. Een nieuwe ingang werd gemaakt aan de zijkant, waar ook een lichte tussenbouw werd gerealiseerd met een keukenvoorziening. De kleuren werden wit en lichtblauw. Door al deze veranderingen kreeg de kerk een totaal andere sfeer, passend bij de tijd van de Wederopbouw: licht en luchtig.

De wens tot restauratie van de kerk

Na dertig jaar kwam het besef dat er toch wel veel verloren was gegaan. Een groot aantal zitplaatsen was nu geen issue meer. Men verlangde terug naar meer sfeer, maar tegelijk, vanwege het teruglopende ledental, naar meer mogelijkheden tot multifunctioneel gebruik. Men wilde de kerk meer geschikt maken voor andere (betalende) bezoekers om zo het gebouw in stand te kunnen houden.

In 1997 kreeg Vis Architecten de opdracht voor de herinrichting en restauratie van de kerk. Maar het duurde tot 2001 voordat iedereen het over die herinrichting eens was en de restauratie kon beginnen. Voor de realisatie daarvan was een legaat van een der broeders of zusters van de gemeente zeer belangrijk.

Na analyse van het gebouw en in samenspraak met de restauratiecommissie werd een programma van eisen opgesteld. Sterke punten van het bestaande gebouw waren de akoestiek, de bovenzaal en de koffieruimte. Maar men wenste de oude hoofdingang weer terug en men wilde dat de bovenzaal (het balkon) zou worden gescheiden van de kerkzaal. Verder was er behoefte aan een waterdichte kelder, aan een lift voor het transport van meubilair en aan goede voorzieningen, zoals een ruime ontvangsthal, toiletten, een keuken en een rookruimte. Wat over was van de oorspronkelijke inrichting moest worden gerespecteerd, zoals het houten gewelf en de consistoriekamer. De bestaande koffieruimte voldeed goed en moest in het plan worden geïntegreerd.

De herinrichting van de kerk

De herinrichting heeft een kerkzaal opgeleverd met meer intimiteit. Die werd verkregen door het aanbrengen van een lambrisering en van een houten vloer, die langs de beide zijkanten twee treden is verhoogd. De bovenzaal werd afgescheiden door een glazen wand. Door het glas is het betimmerde kerkgewelf vanuit elk van beide ruimten nog steeds in zijn geheel te zien en is de vroegere kerk herkenbaar gebleven.

De hoofdingang werd gereconstrueerd. Een oproep in het kerkblad gaf daarbij een verrassende uitkomst. Een van de oudere gemeenteleden had in 1964 de deuren in de container zien verdwijnen, vond dat zonde en sloopte er een der gehengen (scharnierbladen) vanaf. Dit originele geheng kon als voorbeeld dienen bij de reconstructie. Omdat binnen geen tochtportaal geplaatst kon worden – de kerkzaal is op deze ingangszijde gericht gebleven – dienden de nieuwe eiken deuren zeer goed afsluitbaar gemaakt te worden, ook om straatlawaai te weren. Deze ingang wordt overigens alleen gebruikt bij trouw- en rouwdiensten en bij belangrijke evenementen.

De bestaande akoestiek was goed, mede dankzij akoestische onderdelen die waren verwerkt in het balkon, dat nu echter met een glaswand werd afgescheiden. Om de akoestiek minstens zo goed te houden werd hiervoor een externe adviseur ingeschakeld, dat metingen deed en een berekening maakte. Het bleek dat de ontworpen lambrisering van geluidsabsorberend materiaal moest worden voorzien om de nagalmtijd gelijk te houden.

De kerk wordt verwarmd door middel van radiatoren. Er is nu een systeem aangelegd om via de bestaande roosters in het gewelf warmte terug te winnen: de warme lucht bovenin de kerk wordt teruggeblazen langs de vensters, die van dubbel glas zijn voorzien. Multifunctionaliteit is bereikt door de mogelijkheid tot wisselende opstellingen. De preekstoel is verplaatsbaar en er slechts een klein orgel. De koffiekamer is een prettige ruimte en er zijn goede voorzieningen.

Het resultaat

De Doopsgezinde kerk is een nieuw leven begonnen. De sterke punten van het gebouw worden goed benut, met name zijn centrale ligging in de binnenstad van Den Haag. De parkeerplaatsen bij de kerk worden door de week verhuurd aan de omliggende kantoren en dat levert flink geld op. Inmiddels hebben ministeries en ambassades de weg naar de kerk gevonden voor lunches, recepties en andere bijeenkomsten. De presentatie van een boek over de geschiedenis van Den Haag vond hier plaats en koningin Máxima is ook al een paar keer in de kerk geweest.

Er is een aparte stichting opgericht voor de exploitatie van het gebouw. Daardoor wordt de kerkelijke gemeente er niet door belast. Voor de organisatie van wat er in het gebouw plaats vindt wordt door enkele enthousiaste gemeenteleden en door de koster wel veel werk verzet.

Bekijk ook onze soortgelijke projecten

Deel deze pagina