Foto van de voorgevel

Bisdom van Vliet

Start voorbereiding: 1999

Opdrachtgever: Museum Stichting Bisdom van Vliet

Prachtig voorbeeld

Het museum is een prachtig voorbeeld van een gaaf bewaard gebleven huis met inrichting uit de tweede helft van de 19e eeuw.

Het huis is tussen 1874 en 1877 gebouwd en heeft een architectuur die typerend is voor de periode omstreeks 1875. Het werd gebouwd door de Haagse aannemer Theodorus Hooft samen met de plaatselijke timmerman Cornelis Straver. De architect is onbekend, maar het voormalige Haagse Stadhuis aan de Javastraat vertoont veel gelijkenissen. De voor- en zijgevels werden op de funderingen van het oude familiehuis gezet en de achtergevel kwam iets verder naar achteren, richting de Hollandse IJssel, maar nog vóór de rode beuk die daar in 1694 door het eerste Bisdom was neergezet.

Het huis is zeven vensters breed en heeft twee bouwlagen onder het dak. De gevel heeft een klassieke uitstraling door de gepleisterde hoekaccenten en benadrukking van de centrale, bekroonde ingangspartij en de geprononceerde kroonlijst met consoles in de vorm van monsterkoppen en balustrade. Twee tuinvazen met agaves op het sierbalkon zijn karakteristiek voor het beeld dat refereert aan Franse en Italiaanse stadspaleizen. De indeling van het huis is af te lezen aan de gevelindeling, zoals dat toen gebruikelijk was. Beneden bevinden zich de woon- en dienstvertrekken en boven werd geslapen en gewerkt.

Ontbrekende gegevens en behoud van het huis

Het huis en de inrichting zijn zeldzaam goed bewaard gebleven, alleen is van de bouw bijzonder weinig bekend. Er zijn geen tekeningen of een bestek bewaard gebleven. De eerste taak betrof het goed documenteren van het huis. Het inmeten en uittekenen van de plattegronden, doorsneden en gevels van de bestaande toestand vormde de basis voor alle verdere werkzaamheden.

Hoewel in het testament van Paulina Bisdom van Vliet was bepaald dat alles in dezelfde staat diende te blijven is er toch een periode geweest van verarming en afstoting van belangrijke onderdelen. Zo werd de overtuin verkocht aan de gemeente Haastrecht en werd ook het koetshuis dat uit dezelfde tijd stamt verkocht. Het dak was gedekt met shingels en bitumen op de vlakke gedeeltes.

Start restauratie

De eerste opdracht was om te zorgen dat het dak in goede staat werd gebracht om het interieur afdoende te beschermen tegen weer en wind. Aan de hand van oude foto’s kon worden bepaald dat het vlakke gedeelte uit een zinken roevendak had bestaan en de steile delen waren gedekt met de vlakke Friese pan. De beheerder had op zolder nog enkele van deze pannen liggen. Ook de windwijzers werden teruggebracht. Het houtwerk en de stucornamenten van de gevels werden geschilderd. De scheuren in de gevel werden gemeten op voortschrijdende verzakkingen, maar dit bleek niet het geval. Wel werd de hobbel in het wegdek vóór het huis verwijderd, omdat dit trillingen veroorzaakte wanneer zwaar verkeer langs kwam rijden. Ook werd de serre, bestaande uit gietijzeren kolommen en zinken ornamenten geconserveerd en geschilderd. De kelder vertoonde lekkages, waarbij het overtollige water met een vlotterpomp werd verwijderd. De bij een storm omgewaaide tuinmuur aan de kant van het koetshuis werd opnieuw opgemetseld met grotendeels de bestaande ijsselsteen.

Reconstructie grafmonument

Een volgend project was het herstel en reconstructie van het grafmonument in de overtuin. Het baldakijn boven de grafzerk was ooit wegens bouwvalligheid verwijderd. Aan de hand van enkele foto’s en een ingekleurde prent werd een reconstructie gemaakt, met bijzondere ornamenten als, een metalen sierlijst en vier spuwers in de vorm van een drakenkop. Het dak werd gedekt met ronde leipannen en tussen de vier smeedijzeren kolommen werd een hekwerk geplaatst.

Wijzigingen in interieur

Daarna was de woonruimte voor de beheerders aan de beurt. Tot 2005 was de woning nog grotendeels gelegen in het huis, maar in het plan werd de woning nu in de aanbouw aan de linkerzijde gemaakt. De bergruimtes werden gewijzigd in een hal en woonkamer, waarbij kenmerkende en bestaande elementen zoveel mogelijk werden gespaard. Het betrof hier de oude balklagen, deuren en kozijnen, de pomp en voormalige keukenschouw. Aan de voorzijde werd een kamer met pantry gemaakt ten behoeve van het groeiende aantal vrijwilligers. De slaapkamer en badkamer kregen een plaats onder de kap. In het huis kwamen hierdoor twee ruimtes vrij die in de toekomst benut kunnen worden voor het museum.

Zwam en houtrot in gootlijsten

Het was een tegenslag dat tijdens schilderwerken in 2010 aan de gootlijsten en het attiek zwam en houtrot in de constructie werd aangetroffen. Grote delen van het houtwerk van de goten en balkkoppen moesten worden vervangen en verder behandeld. In een meerjarenplan worden alle gevels zo aangepakt. Tevens werd de kelder waterdicht gemaakt, waarbij gelijktijdig een nieuwe en veel kleinere ketel van de luchtverwarming werd gemonteerd.

Restauratie interieur

Met herstellingen aan het interieur wordt zeer terughoudend omgegaan. Hier en daar vertoont het stucwerk van wanden en plafonds wat scheurvorming. Om het patin van meer dan 100 jaar te behouden wordt hier mondjesmaat gerestaureerd. En ook de kunstverlichting is schaars. U ziet het interieur dan ook zoals een negentiende-eeuwer dat zag: in zeer gedempt licht en met mysterieuze donkere hoeken. De vertrekken werden in de tijd van Paulina uitsluitend verlicht door kaarslicht en een enkele olielamp. De peertjes die hier en daar onder het plafond zijn bevestigd dateren uit de eerste museumtijd, de jaren 1920. Er zijn experimenten geweest met een aanvullende verlichting, maar ook die zullen terughoudend worden uitgevoerd, om het donkere karakter van de laat 19e eeuw niet te verstoren.

Voor het interieur zijn aparte restauratie- en inventarisatieprogramma’s gestart. Het betreft hier de oude stoffering, de klokken en schilderijen. De fraai gedrapeerde gordijnen zorgen dat het felste zonlicht uit de vertrekken wordt geweerd.

Bekijk ook onze soortgelijke projecten

Deel deze pagina