Van Eeghenstraat – Amsterdam

Opdracht: Bouwhistorisch onderzoek

Opdrachtgever: particulier

 

De opdrachtgever heeft Vis Architecten in 2019 gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek voor de verbouwing en restauratie in het achterhuis van het grachtenpand uit te voeren. Gewenst was een herstel van de historische kleine zaal als leefbaar woonruimte en de modernisering van de keuken.

Architect

De zelfbenoemde architect F.H. Koekkoek is verantwoordelijk geweest voor het ontwerp, de bouw en verkoop, van het complex waarin het herenhuis aan de Van Eeghenstraat 63 is opgenomen.

Het ontwerp is gemaakt in de periode dat zowel hij als zijn broer, als aannemer, architect en makelaar actief waren in de 19e-eeuwse uitbreidingswijken van Amsterdam. Hoewel hij meer dan tien ontwerpen op zijn naam heeft staan, is F.H. Koekkoek zelf redelijk onbekend gebleven.

Veel van de woonhuizen uit het oeuvre van Koekkoek bevatten kenmerkende elementen uit de neo-Hollandse renaissancestijl: een neostijl waarin de “Oud Hollandse stijl” van begin 17e eeuw herleefde. O.a. het Rijksmuseum van Cuypers is ontworpen in deze stijl.

De gevels van de panden zijn meestal uitgevoerd in roodbruine baksteen met vele witgeverfde gepleisterde en natuur- of kunststenen details zoals speklagen, negblokken, boogstenen, consoles (met gebeeldhouwde koppen), voluten, timpanen/ boogtrommel (met gebeeldhouwde elementen).

gevel

Bouwhistorie

De ontwerptekeningen zijn in 1894 door F.H. Koekkoek gemaakt. De plattegronden zijn grotendeels uitgevoerd zoals op tekening. Ook de indeling van de gevel komt grotendeels overeen met de tekening, het grootste verschil is het ontbreken van de vele decoratieve elementen en de anders beëindigde gevel op de tekening. Daarnaast is er bij de bouw in plaats van een balkon een erker geplaatst.

Bij de verbouwing in 1937 wordt het woonhuis in twee woningen gesplitst. Als gevolg van de splitsing zijn in het entree twee deuren geplaatst en de indeling aangepast zodat beide woningen over een badkamer en keuken beschikken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren zowel de beneden- als bovenwoning door een aantal Joodse personen bewoond. Waarbij de Joodse bewoner van het bovenhuis, Géza Frid, een rol heeft gespeeld in het verzet. De tijdelijk inwonende Joodse (groot) ouders van de bewoners van het benedenhuis zijn in 1942 in het huis opgepakt en op transport naar Auschwitz gezet.

Het pand is vanaf 1937 tot 2017 waarschijnlijk in bezit geweest van één familie. De laatste bewoonster Hedda Ly van Gennep – Van der Linde heeft bijna haar hele leven in het huis gewoond. Waarschijnlijk vanwege de emotionele waarde zijn er na 1937 alleen noodzakelijke moderniseringen van badkamers en keuken geweest.

De huidige toestand van de gevel is in grote lijnen oorspronkelijk te noemen. Ook de plattegronden zijn weinig veranderd ten opzichte van de revisietekeningen uit 1937. Naast de genoemde moderniseringen van badkamer en keuken zijn een aantal schouwen veranderd of geheel verwijderd en de stucplafonds vervangen door vlakke plafonds. Naast de indeling zijn ook nog veel binnendeuren oorspronkelijk en enkele originele elementen aanwezig, zoals de lambrisering op de verdieping en de tegelvloer van de keuken in het souterrain.

ingangsdeur
deur
schouw

Bekijk ook onze soortgelijke projecten

Deel deze pagina