Restauratie van de kerk

De Oude- of Pelgrimvaderskerk

Opdrachtgever: Stichting Oud Hollandse Kerken (SOHK)

Geschiedenis van Delfshaven

Delfshaven, de haven van Delft, ontstond nadat in 1389 de stad Delft toestem­ming kreeg om een kanaal naar de Maas te graven. Na vele ontwikkelingen wordt Delfshaven in 1886 een deel van Rotterdam, sedert 1994 is het een deelgemeente van Rotterdam. Een van de bekendste personen uit Delfshaven is Piet Heyn, wie met zijn heldhaftige daad van de verovering van de Spaanse Vloot een belangrijke plek in Delfshaven verdiende.

Tegenwoordig staat Delfshaven met de kerk vooral bekend om de Pilgrimfathers, die vanuit deze haven richting Amerika vertrokken. In het Ebenhaëzergebouw bij de kerk is een tentoonstelling te vinden waarin meer over de Pilgrimfathers wordt uitgelegd.

 De Pelgrimvaderskerk

De kerk is in 1417 als St Anthoniuskapel gebouwd en werd in de zestiende eeuw vergroot tot een kerk met zijbeuken. Ernaast bevond zich het raadhuis, tegenwoordig een café. In 1574 werd de kerk in gebruik genomen voor de protestantse eredienst. In 1761 werd de kerk ver­hoogd tot zijn huidige omvang, met voorgevel en torentje. Het naast de kerk gelegen Ebenhaëzergebouw is in 1890 aangebouwd. Vanwege de slechte toestand van de kerk werd deze in 1937 ingrijpen gerestaureerd. Er vonden namelijk regelmatig overstromingen plaats, waarbij het water soms 60cm hoog in de kerk stond. Er werd een centrale verwarming aangelegd en was er veel technisch herstel, want de kerk was behoorlijk verzakt.

Die verzakking heeft doorgezet, en eind jaren ‘80 zag de kerk er verwaarloosd uit en grote herstellingen lagen opnieuw in het verschiet. De gemeente had echter te kampen met een teruglopend ledental en een klein kapitaal. Zij hebben toen contact gelegd met de Stichting Oude Hollandse Kerken.

Restauratie van de kerk

Allereerst werd een financieel plan opgesteld. SOHK is afhankelijk van subsidies. Rotterdam heeft echter weinig monumenten, en daarmee ook een klein restau­ratie budget. Het bleek dat we in het jaar 2020 aan de beurt zouden zijn en daar kon niet op gewacht worden. Er bestaat echter een speciale kerkenregeling in de vorm van een 10-jaren plan, die procentueel wel wat minder subsidie opleverde, doch dit was wel direct beschikbaar. Dat leverde grofweg één miljoen gulden op; maar benodigd was drie miljoen. Het restant van twee miljoen is bijeengebracht door de rest. Cie die veel contacten had binnen het Rotterdamse bedrijfsleven (10.000 van Rc Delfsha­ven).  In 1992 is gestart met de restauratie, toen er twee miljoen gulden was toegezegd.

De werkzaamheden begonnen met de consolidatie van het dak, goten en hemelwaterafvoeren. Het volgende jaar ging de kerk voor een half jaar dicht om het hoge gedeelte van het schip te herstellen en tevens de voorzieningen aan te brengen die nodig waren om de kerk in de komende jaren ook goed te kunnen gebruiken en te exploiteren. Denk hierbij aan goede verwarming, verlichting en voldoende wc’s voor grootschalige evenementen. Het glas-in-lood werd beschermd door glas aan de buitenzijde te plaatsen. Verder werden herstelwerkzaamheden aan het stucwerk, de ramen en de balken in het bovengedeelte uitgevoerd.

Het was belangrijk dat de kerk direct gebruikt zou kunnen worden, om huurop­brengsten te kunnen genereren. Gelijktijdig werd het door een Rotterdamse Stichting, de Stichting Volkskracht Historische Monumenten, aangekochte kerkelijke bureau gerestaureerd en veranderd in een ontvangstruimte, genaamd het Klockhuijs (naar de voormalige Klokkentoren).

In 1994 vonden de herstelwerkzaamheden aan het Ebenhaëzergebouw plaats. Twee jaar later volgden de zijbeuken, toegangsportalen en een nieuwe CV-ruimte/ opslag, waarbij twee fasen gelijktijdig werden aangepakt. In 1997 was de laatste aparte zaal, de leerkamer, aan de beurt.

De bijgebouwen

In de bijgebouwen vinden veel verschillende activiteiten plaats, zoals: vergaderingen, bijeenkomsten door bijv. Thuiszorg, weight watchers en maatschappelijke organisaties, maar ook kleinere concerten voor kamermuziek. In de Ankie Verbeek-Ohr zaal is een kleine expositie ingericht over de Pilgrimfathers en hun reis.

De overlast van de steeds terugkerende herstelwerkzaamheden vormde een belasting voor de vaste gebruikers en de vele vrijwilligers die de kerk moesten schoonhouden. Aan de andere kant had de steeds mooier wordende en beter functionerende kerk een positieve uitstraling op de kerkelijke gemeente, de andere gebruikers en de deelgemeente Delfshaven. Toch werd men langzamerhand restauratie-moe. Eind 1997 werd dan ook het besluit genomen de vier laatste fasen, te weten het herstel van de transepten en het koor te combineren, waarbij de kerk nog een keer een half jaar gesloten zou worden.

Een gecombineerde restauratie in een keer zou een grote besparing betekenen op de totale restauratiekosten, omdat de werkzaamheden veel van hetzelfde waren en de bouwplaatskosten hierbij slechts eenmalig zouden zijn. De vaste gebruikers zou veel overlast kunnen worden bespaard. Voor de Stichting Oude Hollandse Kerken betekende dit toch een zware financiële aanslag, omdat drie jaar uit het onderhoudsplan voorgefinancierd dienden te worden. De Stichting is hierbij tot de bodem van haar mogelijkheden gegaan.

Restauratie van het Bätz-Witte-orgel

Plannen voor een nieuw orgel waren er al in 1846, welke uiteindelijk in 1855 in de Oude kerk werd voltooid. De orgel was ontworpen door de beroemde orgelmakersfirma J. Bätz & Co uit Utrecht, vanaf 1849 onder leiding van C.G.F. Witte.

Tijdens de ingrepen aan de kerk in 1957 is weinig respectvol met het orgel omgesprongen en zijn onderdelen gewoonweg weggegooid. De onduidelijkheid over het belang van het orgel voor het Nederlands orgelbestand en het onbegrip voor de samenhang tussen alle onderdelen van het instrument en de consequenties hiervan op de klank, kan hiervoor een verklaring zijn. Tegenwoordig worden de restauratiewerkzaamheden ondersteund door archiefonderzoek en onderzoek aan het instrument zelf.

In 1994 was er een eerste aanzet tot een restauratieplan, waarbij het plan was het orgel terug te brengen in de originele toestand, die uit 1855. Dit betekende dat de ingrepen uit 1957 ongedaan moesten worden gemaakt. Het was hiervoor nodig de originele windvoorziening te reconstrueren, waarvoor een extra verdieping, welke eerder was weggehaald, op het huidige orgelkas werd geplaatst. Alle andere onderdelen van het orgel werden volledig gerestaureerd en nieuwe toevoegingen zouden worden uitgevoerd in de stijl van Witte. Het oude systeem van de magazijnbalg met in- en uitspringende vouw op de balgenzolder is volledig gerestaureerd. De orgelkas heeft een fraai gedetailleerde ornamentiek. In de jaren dertig van de vorige eeuw is de matte groene beschildering aangebracht waardoor het orgel maar weinig uitstraling kreeg. In het restauratieplan was opgenomen dat de kas opnieuw zou worden geschilderd. De oorspronkelijke kleur werd d.m.v. kleuronderzoek bepaald. De kas is uiteindelijk geschilderd in een lichte, wat afgestemde ongebrande siënnakleur.

Resultaat

Het resultaat is een prachtige kerk, die een speciale plaats inneemt in Delfsha­ven. Door de vele activiteiten is de kerk er niet alleen voor de leden der Hervormde Gemeente, maar komen vele Rotterdammers hier binnen. De plaats binnen de samenleving is versterkt. En een stukje van het gezicht van Delfshaven is terug, belangrijk voor de rehabilitatie van Delfshaven met 80 nationaliteiten. Maar ook de Hervormde Gemeente zelf heeft nieuw elan gekregen in de vernieuwde kerk. Volgens de dominee zit de kerk iedere zondag weer vol, met veel jonge mensen. De akoestiek is prachtig, en de kerk geliefd om zijn concerten.

Bekijk ook onze soortgelijke projecten

Deel deze pagina